Wat complexiteit precies is en hoe je het kan definiëren houdt de gemoederen al een flinke poos bezig. Ik schaar me globaal bij de groep die complexiteit ziet in termen van veel elementen waartussen veel onderlinge relaties bestaan. Door de veelheid van elementen en relaties kan er van alles gebeuren en spreken we vaak van emergentie als we het hebben over wat er uit die complexiteit komt.
Het tegenovergestelde van complex is dan iets als simpel. En we zien dan ook vaak dat we, om van complexe situaties en vraagstukken af te komen,ze proberen te temmen door te doen alsof ze simpel zijn. Maar VUCA-vraagstukken laten zich niet temmen en het doen alsof situaties simpeler zijn dan ze zijn leidt dan ook vaak tot problemen.
Negeren van complexiteit
Ik gebruik in verhalen vaak een onderzoek dat jaarlijks in Leiden werd uitgevoerd om dit probleem te duiden. Het lectoraat PR & Transparantie (onder leiding van Lector Piet Hein Coebergh) voerde ieder jaar het Jaarverslagenonderzoek uit. Hierin keken onderzoekers jaarlijks naar hoe transparant bedrijven communiceerden over acht verschillende thema’s. Doordat dit jaarlijks gebeurde konden zij ook trends duiden. Voor ieder thema keken de onderzoekers naar of er gecommuniceerd werd over:
- context (wat is relevant, wat gebeurt er om ons heen en wat betekent dat voor ons?),
- Ist (waar staan we nu?),
- Soll (waar willen we heen?) en
- Strategie (hoe bereiken we het doel, oftewel: hoe komen we van die Ist naar die Soll?).
Voor die acht thema’s die zij analyseerden werd per jaarverslag dit invulschema ingevuld:

Als je kijkt naar de gemiddelde scores van de jaarverslagen in het meest recente onderzoek dan is dit het resultaat:

Toen ik deze cijfers zag viel me meteen iets op, namelijk de lage scores bij ‘concept’, ‘dilemma’s’ en ‘uitdagingen’. Zeggen die iets over hoe wij vaak omgaan met de complexiteit van onze vraagstukken?
Negeren van wat lastig is
Allereerst de dilemma’s en uitdagingen die de onderzochte bedrijven verwachten tegen te komen op weg naar waar ze willen zijn. Voor de grote bedrijven, waarvan de onderzochte jaarrapporten afkomstig waren, zou ik me kunnen voorstellen dat zij in de huidige wereld, met alle partijen waar zij mee te maken hebben en alle belangen die zij moeten afwegen, toch wel aardig wat dilemma’s en uitdagingen kunnen verwachten. Toch wordt hier gemiddeld over alle acht thema’s maar zeer weinig over gemeld.
Het kan aan mij liggen maar ik vind de percentages echt laag. Als je kijkt naar alle belangen, ontwikkelingen, keuzes waar organisaties mee te maken hebben in deze VUCA-wereld, dan zou ik verwachten dat hier meer over gecommuniceerd zou worden. Zijn we ons wellicht wel bewust van deze complexiteit maar negeren of verzwijgen we het onderwerp liever, en zo ja, waarom dan? Of, en dat lijkt me misschien nog ernstiger, zien we de dilemma’s en uitdagingen echt niet en is dat de reden dat we er niets over te melden hebben? Margaret Heffernan schrijft en spreekt over ‘Willful blindness‘, oftewel bewust onze ogen sluiten voor wat er aan de hand is, en de gevaren hiervan. De volledige titel van haar boek is ‘Willful blindness – Why we ignore the obvious at our peril’. En dat er in deze tijd veel dilemma’s en uitdagingen zijn om rekening te houden lijkt me obvious dus misschien is het negeren of ontkennen ervan geen heel goed idee,
Negeren van aanwezige kennis
Dus bepaalde lastige complexe vraagstukken, daar hebben we het blijkbaar liever niet over. Maar ook het onderwerp ‘concept’ komt er nogal bekaaid vanaf in de communicatie. Zowel bij ‘Ist’ als bij ‘Strategie’ wordt gekeken naar of er gecommuniceerd wordt over een concept. Wat de onderzoekers daarmee bedoelen is of er iets gemeld wordt over
- een conceptueel model voor de Ist, oftewel een eenvoudig te hanteren theorie om de huidige situatie te begrijpen en
- een conceptueel model voor de strategie, oftewel een eenvoudig te hanteren theorie om de beoogde route te begrijpen.
In lekentaal: is hoe jij de wereld nu ziet en hoe je de toekomst van plan bent in te gaan ergens op gebaseerd? Nu snap ik best dat het jaren geleden best lastig zal zijn geweest om een goed concept te gebruiken om deze twee dingen uit te leggen voor thema’s als duurzaamheid en technologische innovatie. Maar als je je heel eventjes verdiept in wat er tegenwoordig allemaal voorhanden is aan concepten, dan zijn de scores ook hier weer erg laag naar mijn mening. Als je een conceptueel model ziet als onderbouwing van de rest van je verhaal, dan doen de lage scores bijna vermoeden dat de meeste bedrijven werken op … buikgevoel? Zonde ook, want concepten en conceptuele modellen kunnen je juist helpen om wegwijs te worden in de complexiteit van de vraagstukken waar we mee te maken hebben!
Dat is dus ook wat mij zo trof in die scores: aan de ene kant worden dilemma’s en uitdagingen genegeerd en lijkt de realiteit waar die plannen over gaan weggesimplificeerd te worden door te doen alsof de boel heus niet zo complex is, en tegelijkertijd lijkt het alsof men maar wat doet zonder zich te verdiepen in de reeds aanwezige kennis die kan helpen om te navigeren in de complexiteit.
Boisot en McKelvey (2011) geven aan dat organisaties zich kunnen aanpassen aan wat er in de omgeving gebeurt door hun eigen complexiteit en de complexiteit van de omgeving op elkaar af te stemmen. Dat kunnen ze op twee manieren doen
- door die complexiteit buiten niet helemaal binnen te laten komen, door deze te filteren en te simplificeren, of
- door lukraak te reageren op die complexe buitenwereld en te proberen of ze op die manier een toevallige manier vinden om goed met de omgeving om te gaan.
Simplificeren
Bij de eerste optie loop je het risico dat je oversimplificeert. Door te filteren en te doen alsof de wereld niet zo complex is en dat het oude wijn in nieuwe zakken is, riskeer je dat je allerlei belangrijke details mist die niet in jouw bestaande hokjes passen.
“In this case, the agent treats all incoming stimuli either as familiar regularities or as noise and thus not in need of any new response. This is the strategy of agents who have ‘seen it all before’ and – possibly overconfidently – feel no need to actually do anything different. Call this a routinizing response.” (p.287)

Je houdt je vast aan bestaande ideeën en aannames en probeert de realiteit daarin te proppen. Ik gebruik hiervoor vaak de afbeelding met het onderscheid tussen schoolvakken en het leven zelf. Ook op school hakken we de complexe levenswereld op in stukjes die we vakken noemen.
Schön (1982) introduceert hiervoor de term ‘high, hard ground’:
“In the varied topography of professional practice, there is a high, hard ground where practitioners can make effective use of research-based theory and technique, …The difficulty is that the problems of the high ground, however great their technical interest, are often relatively unimportant to clients or to the larger society, …. Shall the practitioner stay on the high, hard ground where he can practice rigorously, as he understands rigor, but where he is constrained to deal with problems of relatively little social importance?” (p.42).
Dat lijkt op wat Boisot en McKelvey bedoelden met die oversimplificering: door afstand te nemen van de realiteit en dus zaken als complexe dilemma’s gewoon te negeren doen we alleen wat in onze boekjes staat en wat in onze hokjes past.
En dat was nou precies wat me opviel aan die scores. Door het niet te hebben over de lastige dilemma’s en uitdagingen die je gegarandeerd gaat tegenkomen, doe je net alsof de werkelijkheid simpeler is dan hij is, en oversimplificeer je de boel. Je doet alsof dingen meer standaard en routine zijn dan ze zijn. Een ‘routinizing response.’
Lukraak reageren
Het risico van optie 2, noemen zij de “headless chicken response” (p.286), oftewel: je rent rond als een kip zonder kop zonder enig idee wat werkt en wat niet en riskeert dus verspilling van tijd, geld, moeite en andere resources..
Door geen gebruik te maken van reeds bestaande concepten, modellen en theorieën, loop je rond als een kip zonder kop, je probeert hier wat, doet daar een pilot, creëert her en der een sandbox wat je enorm veel resources kost, terwijl je geen idee hebt wat gaat werken en wat niet. Terwijl je enorm veel had kunnen leren door je huiswerk te doen en te leren over waar je je bevindt, waar je heen kan en hoe je daar kan komen.
Niet handig, want daarmee doe je geen recht aan de complexiteit van de vraagstukken. En deze complexe vraagstukken, die Schön ‘moerassige laaglanden’ (swampy lowlands) noemt, zijn juist enorm relevant en belangrijk:

“there is a swampy lowland where situations are confusing “messes” incapable of technical solution. … in the swamp are the problems of greatest human concern. Shall the practitioner …descend to the swamp where he can engage the most important and challenging problems if he is willing to forsake technical rigor?” (p.42)
In al die bestaande concepten en theorieën zal nog niet ‘het’ antwoord of ‘de’ waarheid staan, dus echte ‘rigor’ die ‘high grounds’-mensen graag zien zal er vaak nog niet zijn, maar er is wel allerlei kennis die ons kan helpen om iets wijzer te worden in het moeras. Al was het maar kennis die ons helpt om de juiste vragen te stellen in en over die complexiteit.
Want de vraag is of goede vragen vaak niet waardevoller zijn dan (tijdelijke) juiste antwoorden in een complexe omgeving. Al die verschillende elementen met al die onderlinge relaties die een kenmerk zijn van complexiteit maken het lastig om bijvoorbeeld een expert aan te wijzen die ‘het’ antwoord op ‘de’ vraag of ‘de’ oplossing voor ‘het’ probleem wel even zal geven. We weten vanwege de complexiteit vaak niet eens wat de vraag of het probleem precies is, laat staan wat we moeten doen of wie we erbij moeten betrekken.
We kunnen wel proberen de boel te temmen en bepaalde lastige onderwerpen te negeren, maar daar houdt de complexe realiteit zich niet aan. Noch het oversimplificeren, noch het zomaar dingen doen gaat ons dan helpen. Een zekere mate van bescheidenheid kan hopelijk voorkomen dat we vanaf onze high ground de illusie hebben dat we wel begrijpen wat zich in het moeras afspeelt, want dat is niet zo. In dat complexe moeras is het de vraag of het wel zin heeft om te spreken van ‘de’ waarheid en ‘het’ antwoord. Misschien is het waardevoller om ons te richten op het stellen van de juiste vragen. Ook, of juist, als die naar lastige dilemma’s en uitdagingen leiden.

Geef een reactie